AMNESTIE

 

Lang, heel lang geleden, nog ver voor Amnesty International werd opgericht, woonde ik in Warnsveld. Warnsveld was in die dagen een zelfstandig dorp onder de rook van Zutphen, inmiddels maakt het deel uit van de gemeente Zutphen. In dat dorp was van alles te doen voor een kind. Je kon er zwemmen in de Berkel of zwerven door de bossen richting Lochem en Vorden. Je kon er schaatsen op de vijver, of je vlieger oplaten in de weilanden bij Eefde. Er was een voetbalveld, een korfbalveld en een tennisbaan achter de uitspanning genaamd Het Jachthuis. Kievitseieren zochten we in de velden tussen Warnsveld en Zutphen. We kenden alle kinderen van het dorp want we gingen allemaal naar dezelfde lagere school. Er was ieder jaar een operette, een gondelvaart en een feestweek. Dat klinkt best ideaal maar toch zal dadelijk blijken dat er wel eens een wolkje aan de lucht was.

 

In ons dorp was een kruidenierswinkel, de eigenaar heette Nossent. De winkel lag in het centrum aan de Rijksstraatweg in de nabijheid van de kerk. Een enkele keer moest ik daar een boodschap doen en dan was vooral het probleem om niet over het hoofd gezien te worden: een kleine jongen van zes, zeven jaar is in een drukke kruidenierswinkel met een hoge toonbank al gauw een verwaarloosbare factor. Maar als ik er dan toch in geslaagd was de aandacht te trekken en aan de beurt te komen, kreeg ik steevast een snoepje toe.

 

De dag waarover ik het nu wil hebben, ging ik samen met m'n moeder naar de winkel. Toen we geholpen werden, leek alles goed te gaan: de rozijnen werden in de papieren puntzak geschept  (let wel: dit gaat over de naoorlogse veertiger jaren!) en de kaas werd afgewogen, bijgesneden en daarna kwam er een papier omheen. In alle drukte vergat de winkelbediende mij de gebruikelijke traktatie te geven, waarschijnlijk zag ze mij letterlijk en figuurlijk over het hoofd. Als zelfstandig denkend wezen nam ik een tegenmaatregel: er lag een blokje kaas schuin boven m'n hoofd en dat nam ik ongezien mee. Goedemiddag en tot ziens!

 

Nu volgt het dramatische deel van deze dag. Het was een bijzonder zonnige dag. Ik liep daar in de hoogzomer met aan de ene kant m'n moeder die mij een hand had gegeven, in m'n andere hand klemde ik het stukje kaas. Dat begon al danig te zweten. Niet veel later liep de kaas tussen m'n vingers door en ter hoogte van de sigarenwinkel van Pelgrim had ik spijt als haren op m'n hoofd van mijn spontane maar onbezonnen actie. M'n moeder kreeg in de gaten dat er iets mis was, ze had het zeker geroken. Kordaat draaide ze zich om, sleepte mij terug naar de kruidenier waar ik dat zielige, ellendig misvormde klontje kaas moest neerleggen op de toonbank. Dat was mijn straf.

 

Nu hoort bij straf ook: strafvermindering of kwijtschelding. De winkelbediende had dat goed begrepen, ze kon zich uitstekend verplaatsen in de kinderziel. In plaats van kaas kreeg ik een snoepje. Die dag kwam ik voor het eerst in aanraking met Amnestie.
Geen wonder dat ik Amnesty nog steeds een warm hart toedraag.

 

Gerrit Schutte 

 

 

 

Naar top